De hadith van Jibrîl
Voor de preek van deze editie gaan we jullie herinneren aan de wijsheid van een hadith, beter bekend als de “hadith van Jibrîl”. Het legt ook perfect uit dat het niet genoeg is om geloof in het hart te hebben, maar dat de ledematen van het lichaam het in praktijk moeten brengen door middel van religieuze handelingen, waarbij ze onthouden dat Allah naar ons kijkt en onze daden observeert, hoe klein ze ook mogen zijn.

Abû Hurayra heeft overgeleverd dat ‘Umar Ibn al-Khattâb zei:
“Op een dag, terwijl wij bij de Profeet Mohammed zaten, verscheen er voor ons een man met helderwitte kleren en donker haar, zonder zichtbare reissporen, niemand van ons kende hem. Hij kwam tegenover de Profeet Mohammed zitten, plaatste zijn knieën tegen de zijne en legde zijn handpalmen op zijn beide dijen en stelde hem toen 5 vragen die waren:


















