De Banû Hâshim: Een geslacht vol nobelheid
Allah koos kinderen uit Ismâ’îlu kinâna, Hij koos Quraysh uit Kinâna, Hij trok Banû Hâshim uit Quraysh en Hij koos mij uit Banû Hâshim, zei de Boodschapper op een dag, op deze manier de verdienste onderstrepend van deze afkomst die van hem is. En op het hoogtepunt van de slag bij Hunayn, op een moment dat alles dreigde te kantelen in het voordeel van zijn vijanden, zei hij : “Ik ben een Profeet zonder bedrog, ik ben de zoon van ‘Abd al-Muttalib”, verwijzend naar zijn grootvader, de patriarch in zijn tijd van de Banû Hâshim.

Ongetwijfeld vormen de Banû Hâshim de nobelste tak van de Quraysh, en hoewel de Boodschapper nooit ophield ons eraan te herinneren dat iemands afstamming voor God van geen enkel nut is als hij niet vroom is, zal hij inderdaad zeggen:
“En wat hem betreft wiens werken hem achterlaten, het is niet zijn afkomst die hem vooruit zal helpen naar zijn verlossing.”
OVERGELEVERD DOOR MUSLIM
Het blijft echter waar dat de afstamming de bron is waarlangs, via opvoeding, de nobele waarden worden doorgegeven.


















